Ballade van de Dood (Koos Meinderts en Harrie Jekkers)

 

Mijn dochter deed ooit met haar klas mee aan een voorstelling op school. Ze speelden met elkaar het stuk "Ballade van de dood". Het verhaal van de ballade van de dood werd in 1983 geschreven door Koos Meinderts voor de bundel "Mooi Meegenomen". Twee jaar later zette hij het samen met Harrie Jekkers op rijm voor de kinderliedjes-CD "Roltrap naar de Maan" van Klein Orkest. Ik was onder de indruk. In de eerste plaats natuurlijk van mijn dochter die de mooie rol van de dood mocht spelen. Maar ook van de schitterende ballade met een prachtig moraal: in plaats van bang te zijn voor de dood kunnen we de dood beter accepteren (en misschien zelfs waarderen) als onderdeel van het leven.
Omdat ik de ballade zo prachtig vind en deze aansluit op mijn visie op de dood heb ik mijn dochter gevraagd 'm (uit haar hoofd!) voor te dragen terwijl ik het filmde. De tekst staat eronder.

 

Mijn dochter draagt voor: Ballade van de Dood

 

Ballade van de Dood (Klein Orkest - Roltrap naar de Maan - 1983)

Er was eens een koning machtig en groot,
Die had slechts een vijand en dat was de Dood
Waarom moest de Dood toch zijn leven bederven
Waarom was hij zo bang, zo bang om te sterven?

De koning ontbood toen al zijn geleerden,
Die te paard en per koets aan het hof arriveerden
"Morgen, geleerden" zei de koning beleefd
"Ik zit met een vraag waar niemand antwoord op heeft"

De jongste geleerde, een ijdele snaak
Riep: "Vraagt U maar sire, vraagt U maar raak
Wilt U soms weten hoeveel sterren er zijn?
Of hoe zwaar al het zand weegt van de grote woestijn?
Of hoe de belasting massaal wordt ontdoken?
Of hoe.." maar toen werd hij abrupt onderbroken

"Welnee" zei de koning een tikje afwezig
"Waarom gaan we dood?, kijk dat houdt mij bezig"
Niet een der geleerden had zo'n vraag verwacht
"Al sla je me dood" zei de jongste heel zacht
De oudste geleerde nam toen het woord
En zei: "Sire, sommige mensen worden vermoord
Anderen komen per ongeluk om
Maar de meeste sterven van ouderdom"

De koning zei kribbig: "Ja dat wist ik al lang
Maar wat is de Dood? Waarom ben ik zo bang?"
De knapste geleerde toen: "Mag ik soms even
Misschien moet U, Sire, met de Dood leren leven"

De koning sprong op, z'n woede was groot
En hij schreeuwde: "Ik eis een antwoord, wat is de Dood?"
Toen sprak een geleerde met veel fantasie:
"Zal ik eens vertellen Sire hoe ik dat nu zie
De Dood komt je halen, de Dood raakt je aan
Dus de Dood moet in levende lijve bestaan
We moeten hem vangen, dan zijn we eraf
Leve het leven, weg met het graf"

"Ach de Dood" zei de knapste "is niet te verslaan
Want als je hem beetpakt, dan ga je eraan"
Toen kreeg de koning een schitterend plan
Hij zei: "Ik ken een stokoude, doodzieke man
Hij heeft, schat ik, nog maar een uurtje te gaan
Dus de Dood komt hem halen, de Dood komt eraan
We bouwen een glazen kooi om zijn bed
En de deur wordt uinodigend open gezet
Is de Dood eenmaal binnen op weg naar zijn prooi
Dan sluiten we snel de deur van de kooi"

Aldus werd besloten, men ging aan de slag
En de Dood werd gevangen nog diezelfde dag
Somber en treurig zat hij achter het glas
Alsof hij een levend museumstuk was

Nog nooit was het volk zo gelukkig geweest
Jaren en jaren vierde men feest
Maar op den duur ging het feesten vervelen
En ging men gevaarlijke spelletjes spelen
Men sprong van torens, in diepe ravijnen
Men stoeide met leeuwen en met wilde zwijnen
Men dronk liters en liters vergiftigde wijn
En voerde wat oorlog, gewoon voor de gein
En niemand ging dood, geen mens ging verloren
Maar er werden wel steeds meer babies geboren

Het werd als maar drukker, men kreeg het benauwd
Er werden zelfs mensen de zee in gedouwd
En 100 jaar later was de lol ervan af
En ging men weer verlangen naar de rust van het graf

De koning dacht: "Goed, ik ben niet meer bang
Maar ik vind alles zo saai en ik regeer al zo lang"
Opnieuw riep hij toen de geleerden bijeen
En zei: "Wat een ellende, waar moet dat heen?"
De knapste geleerde, inmiddels zo'n drie eeuwen oud
Zei: "Bevrijd toch de Dood, want zo gaat het fout"
Maar de jongste geleerde zei: "Ja, maar wie laat hem los?
Wie de deur opendoet is als eerste de klos"

De koning stond op en zei theatraal:
"Laat mij het maar doen, gegroet allemaal
Mijn angst voor de Dood is nu wel genezen
Ik heb, geloof ik, meer van het eeuwige leven te vrezen"
Hij schreed naar de kooi, machtig en groot
En stierf in de armen van de gretige Dood
"Leve de Dood", riep het volk dolgelukkig
En ze leefden nog lang en stierven gelukkig...

 

Harrie Jekkers (l) en Koos Meinderts (r)