Columns

 

Behalve dat ik kaarten ontwerp, schrijf ik in mijn vrije tijd ook columns over uiteenlopende diepzinnige en filosofische onderwerpen. Sommige columns draaien om emotionele gebeurtenissen uit mijn leven zoals (omgaan met) de dood. Hieronder staan er een paar.

 

1. "Wie de Goden beminnen, sterft op jeugdige leeftijd"

 

Vanochtend was ik met mijn jongste zoon naar een herdenkingsdienst. We namen daar met heel veel mensen afscheid van een jongen uit zijn schaakteam die vorige week omkwam toen hij op de fiets van school naar huis werd geraakt door een rechts afslaande vrachtwagen. Hij was twaalf jaar. Even oud als mijn zoon. 
Kinderen van twaalf horen niet dood te gaan. Kinderen horen überhaupt niet dood te gaan. Kinderen horen volwassen te worden en hun ouders te overleven. Maar helaas gaat het in het leven niet altijd zoals het hoort. Een drama waar geen woorden voor zijn. Daar kwam nog bij dat het zo’n ontzettend lieve jongen was. Niet dat ik hem kende. Helaas niet. Maar uit de (genuanceerde) verhalen tijdens het afscheid werd wel duidelijk dat het een jongen was met een lief, zachtaardig karakter. Een jongen die bijvoorbeeld aan het eind van de dag aan zijn ouders en broer vroeg of ze een fijne dag hadden gehad. Een jongen die altijd vrolijk was en niet kwaad kon zijn. Bij ruzies probeerde hij steeds de betrokken partijen met elkaar te verzoenen. Een jongen die na een verloren rugbywedstrijd zijn ploegmaten altijd weer opvrolijkte. Samengevat: het type mens waar de wereld in mijn ogen juist zo’n enorme behoefte aan heeft. Als tegenwicht tegen al die blaaskaken die haat en wantrouwen zaaien. Om te huilen. En dat is precies wat ik deed. 
Ik geef mijn kinderen altijd bepaalde levenslessen mee. Soms tot vervelens toe, hoor ik ze nu denken.  “Ja hoor, daar heb je papa weer met ‘zijn’ kinderen in Afrika”.  Nummer één van mijn levenslessen kennen ze maar al te goed: het leven is niet rechtvaardig. Het klinkt misschien hard als levensles, maar het is maar al te waar. De dood van deze jongen is hier helaas opnieuw een bewijs van. Het leven is soms zo oneerlijk.
Heel toevallig las ik mijn dochter van negen vanavond de eerste hoofdstukken voor van mijn lievelingsboek “De gebroeders Leeuwenhart” van Astrid Lindgren. We hadden “Matilda” van Roald Dahl net uitgelezen en ik wist dat dit mijn volgende voorleesboek zou zijn. Natuurlijk moest ik meteen denken aan de omgekomen jongen. Voor wie wil weten waarom, raad ik aan om dit prachtige boek te lezen.
 
“Het zal leeg zijn in de klas zonder onze knappe, vrolijke Jonatan. Maar wie de goden beminnen, sterft op jeugdige leeftijd. Jonatan Leeuwenhart, rust in vrede!”

Uit: "De gebroeders Leeuwenhart" (Astrid Lindgren)

 

11.jpg

 

2. Yin-Yang relatie

 

Van de week liep ik over de Nieuwe Oosterbegraafplaats. Ik moest voor mijn eigen bedrijf wat foto’s maken en maakte meteen van de gelegenheid gebruik om het graf van de vrouw van een vriend van me te bezoeken die vorig jaar aan kanker overleed.
Ook dit was, net als met de jongen uit column 1, een drama. Een vrouw van nog maar 38 jaar jong en moeder van twee leuke kinderen: een zoon van negen en een dochter van zeven. In tegenstelling tot de jongen uit column 1 kende ik deze vrouw wel. Ik vond haar een schatje: altijd aardig, lief en belangstellend. Naar het einde toe bleef ze bewonderenswaardig positief en sterk. Vlak voor de zomervakantie overleed ze. Op een prachtige manier hoorde ik van mijn vriend. Blijkbaar voelde ze het aankomen want toen het bijna zover was, riep ze hem en de kinderen bij zich, gaf ze haar zoon en dochter nog een cadeautje, zei “Het is goed zo” en sloot haar ogen voorgoed.
Overbodig te zeggen dat het afscheid indrukwekkend en vooral emotioneel was. In een tent op het gras naast hun flat vond de herdenkingsdienst plaats. Met de prachtig door kinderen versierde kist in het midden. Ik denk dat vrijwel niemand het droog hield tijdens de vele toespraken. Een studievriend van mijn vriend vertelde een mooi verhaal over zijn kijk op de relatie tussen het stel. Het bleek een klassiek voorbeeld van een Yin-Yang relatie. Zeg maar het “opposites attract” verhaal met alle voor- en nadelen. Het ene moment liepen ze met elkaar op een roze wolk en het andere moment probeerden ze elkaar er weer af te duwen.  
Ik ben zelf een chaoot, maar kijkend naar die vriend kan het altijd erger denk ik dan geruststellend. Zo liep ik jarenlang rond met een zakagendaatje aan een kettinkje richting achterbroekzak. Niet om stoer over te komen zoals sommigen dachten, maar om er snel dingen in op te schrijven voordat ik ze vergat. Inmiddels heb ik ‘m niet meer. Niet omdat ik “genezen” ben, maar omdat ook ik mee moet met de tijd: ik gebruik nu mijn mobiel daarvoor. Die ik dan uiteraard weer regelmatig vergeet mee te nemen…
Die vriend van me is nog erger. Die loopt bijvoorbeeld een jaar lang onverzekerd rond, omdat hij zijn inschrijvingsformulieren voor de ziektekostenverzekering steeds vergeet op de bus te doen. Zijn overleden vrouw was dus echter “the opposite”. Drie vriendinnen van haar illustreerden dat tijdens de herdenkingsdienst door te vertellen hoe ze jaren geleden met elkaar begonnen aan een reis door Zuid Amerika. Nee, zij hoefden zich nergens zorgen om te maken, want het werd al snel duidelijk dat hun vriendin de reis van top tot teen had voorbereid waarbij ze niets aan het toeval had overgelaten.
Ik moest glimlachen bij het verhaal. Ik dacht aan mijn vriend en stelde me voor hoe het zou zijn geweest als die twee samen naar Zuid-Amerika waren gegaan. Grote kans dat hij op het vliegveld alweer de bestemming was vergeten. Of dat hij bij het inchecken er achter kwam dat zijn paspoort al drie jaar verlopen was.
Net als dat kinderen niet horen dood te gaan, geldt hetzelfde voor ouders van jonge kinderen. Maar helaas werkt het niet zo in het leven constateerde ik al eerder.₁ “Only the good die young” zong Billy Joel ooit. Een liedje dat overigens meer over lust gaat dan over iets diepgaands rondom de dood, maar dat terzijde. Ondanks dat ik niet in de titel geloof, hoop ik voor deze vrouw dat ik ongelijk heb. En dat er een goede reden is waarom het nu al haar tijd was. Ik kan er in elk geval geen bedenken.

 

35.jpg

 

3. Een soort Boeddhaatjes

 

Ik hoorde van mijn dochter dat er onlangs weer een jongen uit deze omgeving bij een verkeersongeval om het leven is gekomen. Was de jongen uit column 1 met zijn twaalf jaar even oud als mijn tweede zoon, dit jongetje was drie jaar jonger en even oud als mijn dochter nu: negen. Ze kende hem weliswaar niet, maar sommige kinderen van haar klas wel.
Mijn dochter vertelde dat een jongen uit haar klas die bevriend was met de omgekomen jongen het nieuws vertelde alsof het heel normaal was. Ze vond dat vreemd. Ik legde haar uit dat kinderen vaak niet weten hoe ze op zulk vreselijk nieuws moeten reageren en ook vaak geen besef hebben van de ernst ervan. Dat besef komt misschien pas (veel) later.
Ik vertelde mijn dochter dat toen ik een jaar of veertien was een moeder van een meisje bij mij op de tennisclub onverwacht overleed. Het meisje was geen vriendin, maar ik vond haar wel heel aardig. Op de club zag ik haar regelmatig, maar nadat dit gebeurde ontweek ik haar. Ik was al een nogal teruggetrokken puber die zich vaak geen raad wist met zijn houding en bij zoiets wist ik het zeker niet. De dood stond toen ook nog heel ver van mij af. Pas op mijn drieëntwintigste had ik mijn eerste begrafenis.
Op momenten dat ik later in mijn leven ergens met de dood werd geconfronteerd, moest ik nog wel eens met schaamte over mijn toenmalige houding aan dat meisje terugdenken. Maar ik ben inmiddels veranderd. Als zoiets nu zou gebeuren, zou ik de eerste zijn die op haar af zou stappen. Ik ben daar heel open en direct in en meestal wordt dat ook gewaardeerd. Juist omdat veel andere volwassenen tot hun eigen dood moeite blijven hebben met hun houding bij dit soort situaties en daarom behoorlijk afstandelijk doen.
Dat mijn dochter blijkbaar wel de ernst van de dood van de jongen inziet, kan verschillende nature en nurture redenen hebben. Een van die nurture redenen zou kunnen zijn dat ik mijn kinderen tijdens het opvoeden niet weg houdt van onderwerpen als de dood. Als de dood om wat voor reden dan ook ter sprake komt, praat ik er open over. Een goede vriend van me is het tegenovergestelde. Hij heeft, net als velen overigens, duidelijk angst voor de dood en wil zichzelf en zijn twee dochters zoveel mogelijk afschermen van dit soort vervelende onderwerpen. Ik vertelde hem dat het voordeel hiervan is dat zijn dochters straks wellicht een soort Boeddhaatjes worden.
Prins Siddharta Gautama werd zeer beschermd opgevoed binnen de muren van zijn paleis. Toen hij al 29 jaar was, sloop Siddharta uit nieuwsgierigheid op een nacht samen met een bediende het paleis uit. Daar werd hij al snel geconfronteerd met het lijden en de vergankelijkheid van het echte leven. Siddharta zag achtereenvolgens een oude, zieke en dode man. Onbekend met deze fenomenen legde zijn bediende hem uit dat dit lot iedereen te wachten staat. Toen Siddharta daarna een kluizenaar zag en daar ook uitleg over kreeg, was hij om. Hij vertrok uit het paleis, liet zijn vrouw en zoon achter en begon aan een zeer ascetisch leven. Siddharta werd Boeddha en de rest is geschiedenis.
Iedereen moet omgaan met de dood op een manier waar hij zich het beste bij voelt. Maar ondanks dat ik hoop dat mijn kinderen niet veel gelegenheden krijgen om het te bewijzen, vertrouw ik erop dat als het moment daar is ze beter en begripvoller zullen reageren dan ik destijds met dat meisje deed. Ik ben benieuwd of de dochters van mijn vriend in een soort Boeddhaatjes veranderen. Die van mij in elk geval zeker niet. De eerste asceet die niet zonder zijn mobiel kan, moet ik nog tegenkomen.

 

47.jpg